Onze oorsprong /Our origin

Onze oorsprong / Our origin

De oorsprong.











                                                                                 

William Henry Offiler(1875-1957


De geschiedenis van onze gemeenten kent zijn oorsprong in het levensverhaal van grondlegger William Henry Offiler (1875–1957).
Rond 1910 ontstond in Seattle, Amerika, de “Pine Street Pentecostal Mission”, en in 1920 werd W.H. Offiler daar de voorganger.
De gemeente kocht een nieuw gebouw en noemde dit de “Bethel Pentecostal Temple.”


Offiler ontving openbaringen over de kerk in de eindtijd, met name over de Bruid van Christus.
De geschiedenis van onze Bethel-gemeenten in Nederland vindt eveneens haar oorsprong in het levensverhaal van deze man — de oprichter van de Bethel Pentecostal Temple in Seattle, U.S.A.


William Henry Offiler werd geboren op 20 december 1875 in Nottingham, Engeland.
Zijn vader was een kantwerker, die een eeuwenoude techniek voortzette die van generatie op generatie was doorgegeven.
Offiler groeide op binnen de Anglicaanse Kerk en werd in 1890, op vijftienjarige leeftijd, bevestigd door de bisschop van Southwell.
Hij werd lid van het kerkkoor en leerde zichzelf orgel spelen.
Ondanks zijn religieuze achtergrond was de jonge Offiler nog steeds verslaafd aan tabak en had hij het gevoel dat hij de Heer niet echt persoonlijk kende.
Zijn hart werd echter diep geraakt door het Evangelie, en korte tijd later voelde hij zich geroepen tot zendingswerk.


In zijn persoonlijke aantekeningen voor een preek, gedateerd 11 februari 1936, beschrijft hij het moment waarop hij zich volledig aan God wijdde:


“Toen ik een jongen van zestien was,” zei hij, “bevond ik mij in een grote bijeenkomst in Nottingham, Engeland.
Onder de aanwezigen was ook John G. Paton — de zendeling die naar de Zuid-Pacifische eilanden werd gezonden, waar hij door het Evangelie stammen tot Christus leidde.
Tegenwoordig vind je daar geen kannibalen meer, maar vele kerken.
Paton en zijn zendelingen hebben overwinnend werk verricht.”


The Origin

William Henry Offiler (1875–1957)

The history of our churches traces its roots back to the life and ministry of William Henry Offiler (1875–1957).
Around 1910, the “Pine Street Pentecostal Mission” was founded in Seattle, USA, and by 1920, W.H. Offiler became its pastor.

The congregation later purchased a new building and renamed it “Bethel Pentecostal Temple.”


Offiler received divine revelations concerning the Church in the end times, particularly regarding the Bride of Christ.
Thus, the history of our Bethel fellowships in the Netherlands also begins with this man — the founder of the Bethel Pentecostal Temple in Seattle, U.S.A. 


William Henry Offiler was born on December 20, 1875, in Nottingham, England.
His father was a lace worker who continued the craft passed down through generations.
Raised in the Anglican Church, he was confirmed by the Bishop of Southwell in 1890, at the age of fifteen.
He became a member of the church choir and taught himself to play the organ.
Despite his religious upbringing, the young Offiler struggled with a tobacco addiction and felt that he did not truly know the Lord personally.
His heart, however, was touched by the message of the Gospel, and soon he felt called to become a missionary.


In his sermon notes dated February 11, 1936, he described the moment that led to his complete dedication to God:

“When I was a boy of sixteen,” he said, “I attended a large meeting in Nottingham, England.
Among those present was John G. Paton, the missionary who went to the South Pacific islands, converting entire tribes to Christianity.
Today, you will no longer find cannibals there, but many churches.
Paton and his missionaries triumphed through the Gospel.”


Eerste pastoraat


De roeping van William Henry Offiler


Op een dag liep Offiler langs de oevers van de Spokane-rivier toen hij de stem van God hoorde spreken over Jesse en de zalving van zijn zoon David door de profeet Samuel.
Later, toen hij een lokale tentsamenkomst bezocht, sprong de oudste ouderling plotseling op, nam een fles zalfolie, en goot deze over Offiler’s hoofd, terwijl hij uitriep:


“U bent gezalfd tot onze voorganger!”


Zo werd W.H. Offiler in 1908, nog vóór hij zelf de doop in de Heilige Geest had ontvangen, voorganger van de Apostolic Assembly Pinkstergemeente.


In de vroege dagen van zijn bediening bezocht eens een man met twee vrouwen de samenkomsten van de Pinkstergemeente in het “House of Joseph” in Spokane.
Offiler voelde onmiddellijk dat er iets niet in orde was en weigerde met hen op het podium te zitten.

Onderweg naar de samenkomst had God hem al openbaring gegeven over wat zou gebeuren, en alles voltrok zich precies zoals hij had gezien.


Tijdens de dienst begon één van de vrouwen vreemde uitspraken te doen —


“Als God mij zegt mijn kleren uit te trekken, dan zal ik dat doen,” riep ze


Toen sprong Offiler resoluut op en zei:


“Vrouw, raak één knoop aan, en ik gooi je eruit!”


Dat incident betekende het einde van de samenkomst én het einde van het House of Joseph.
Later bleek dat de man in kwestie met beide vrouwen samenleefde. Volgens Offiler herstelde Spokane zich nooit volledig van de geestelijke schade die deze situatie had veroorzaakt.


Daarnaast ondervond Offiler ook zware beproevingen in zijn persoonlijke leven.
Zijn sanitair- en verwarmingsbedrijf kwam in grote problemen door stakingen en vertraagde leveringen. Uiteindelijk verloor hij alles.
Toen hij zag dat hij niets meer had, zei hij tegen zijn werknemers:


“Hier is mijn huis — neem het maar van mij aan,”
en zo gebeurde het.


First Pastoral Ministry


The Calling of William Henry Offiler


One day, Offiler was walking along the banks of the Spokane River when he heard the voice of God speak to him about Jesse and the anointing of his son David by the prophet Samuel.
Later, while attending a local tent meeting, the senior elder suddenly stood up, took a bottle of anointing oil, and poured it over Offiler’s head, declaring:


“You are anointed to be our pastor!”


Thus, in 1908, even before receiving the baptism of the Holy Spirit, W.H. Offiler became pastor of the Apostolic Assembly Pentecostal Church.

In the early days of his ministry, a man and two women once attended the meetings of the Pentecostal church at the “House of Joseph” in Spokane.
Sensing that something was wrong, Offiler refused to sit with them on the platform.
On his way to the service, God had already revealed to him what was about to happen, and it unfolded exactly as he had seen.


During the meeting, one of the women began saying bizarre things —


“If God tells me to take off my clothes, I will do it,” 
she exclaimed.


Offiler immediately stood up and said firmly:


“Woman, touch one button, and I’ll throw you out!”


That confrontation marked the end of the meeting and also the end of the House of Joseph.
It was later discovered that the man was living with both women, and according to Offiler, the city of Spokane never fully recovered from the spiritual aftermath of that event.


Offiler also faced major personal trials.
His plumbing and heating business suffered from strikes and delayed supplies, leading to complete financial ruin.
When everything was lost, he turned to his workers and said:


“Here is my house — take it from me,”
and they did.


Pine Street Mission, Seattle


Na zijn faillissement verlieten Offiler en zijn vrouw Spokane en trokken naar Glacier National Park, waar hij ging samenwerken met zijn zwager, broeder Shedman, voor de Great Northern Railway.
Hij verklaarde dat hij de plaatselijke kerkgemeenschap wilde ondersteunen waar hij kon, maar niet opnieuw als voorganger wilde dienen.


Als opzichter over sanitair en verwarming hield hij toezicht op een groep arbeiders die door de overheid waren ingehuurd om publieke gebouwen in het park te bouwen.
Hij had een tweejarig contract en werkte door de week aan technische installaties, maar op zondag hield hij diensten in een grote tent op het terrein van de nieuwe bouwplaats.


In het voorjaar van 1914 kreeg hij een visioen, dat ook zijn vrouw ervoer, en dat zijn leven volledig zou veranderen.
Hij zei later:


“Mijn vrouw bad mij in de bediening.”


In dat visioen zag hij dat de Eerste Wereldoorlog op handen was en wist hij dat deze zou komen door de Kaiser.
De Heer sprak tot hem:


“Leg uw instrumenten neer en ga, predik het Evangelie.”


Hij begreep dat dit een oproep was tot fulltime bediening. Hij vroeg ontslag aan bij het bouwproject en zei:


“Mijn zwager kan het werk voortzetten.”
Ze lieten hem gaan, en zo legde hij letterlijk zijn gereedschap neer om de Heer te volgen.


Terug in Spokane ontving hij de doop in de Heilige Geest.
Kort daarna verhuisden hij en zijn vrouw naar Seattle, waar ze een periode van bidden, vasten en wachten op de Heer doormaakten.
Toen ze bijna zonder geld zaten, bad Offiler:


“Heer, als er niets gebeurt, zal ik mijn gereedschap weer oppoetsen en teruggaan aan het werk.”  Nog diezelfde dag kwam er 100 dollar met de post — precies wat ze nodig hadden.


Hij begon samenkomsten bij te wonen in de Pine Street Mission, boven een meubelmagazijn in het Proctor-gebouw, op de hoek van Second en Pine Street in het centrum van Seattle. De Pinksterboodschap had daar inmiddels ingang gevonden, en de voorganger had een bijzondere gave om het Evangelie uit te dragen.


Toch ontving Offiler een visioen waarin hij zag dat er iets ontbrak in de gemeente. Hij zag een beekje met helder kabbelend water, maar toen hij dichterbij kwam, zag hij dat er het karkas van een dood dier in het water lag.
Kort daarna werd hij gevraagd om de nieuwe voorganger van de Pine Street Mission te worden. Hij aanvaardde de uitnodiging en begon zijn bediening in 1914.


Hoewel Offiler geen formele theologische opleiding had genoten, wist hij al snel een groot aantal volgelingen aan te trekken.
De gemeente groeide uit tot een centrum van geestelijke opwekking, en gedurende acht jaar vond er een ononderbroken beweging van Gods Geest plaats in de Pine Street Mission.


Pine Street Mission, Seattle


After losing his business, Offiler and his wife left Spokane and moved to Glacier National Park, where he worked with his brother-in-law, Brother Shedman, for the Great Northern Railway.
He stated that he wanted to support the local church community as much as possible, but had no desire to become a pastor again.


As a superintendent of plumbing and heating, he oversaw a group of government contractors building public facilities in the park.
He had a two-year contract, and during the week he dealt with construction issues, while on Sundays he held church services in a large tent on the construction grounds.


In the spring of 1914, he received a vision that was also shared by his wife — a vision that would transform his life.
He later said:


“My wife prayed me into the ministry.”


In that vision he saw the coming of World War I and knew it would begin through the Kaiser. The Lord said to him:


“Lay down your tools and go, preach the Gospel.”


Understanding this as a call to full-time ministry, he went to the project management and requested release from his contract, saying:


“My brother-in-law can carry on.”
They let him go, and so he literally laid down his tools to follow the Lord.


Back in Spokane, he received the baptism of the Holy Spirit.  Soon afterward, the Offilers moved to Seattle, where they entered a season of prayer, fasting, and waiting on God.
When their funds nearly ran out, Offiler prayed:


“Lord, if nothing happens, I’ll polish my tools again and go back to work.”
That very day, one hundred dollars arrived in the mail — exactly what they needed.


He began attending meetings at the Pine Street Mission, located above a furniture warehouse in the Proctor Building at Second and Pine Streets in downtown Seattle.
The Pentecostal message had reached this mission, and the pastor possessed a distinct gift for preaching the Gospel.


However, Offiler received a vision in which he saw that something vital was missing.
He saw a stream of clear, sparkling water, but as he drew nearer, he noticed the carcass of a dead creature lying in it.
Soon afterward, he was invited to become the new pastor of Pine Street Mission.
He accepted the call and began his ministry in 1914.


Though untrained in formal theology, Offiler quickly drew a large following.
The mission developed into a center of spiritual revival, experiencing a continuous move of the Holy Spirit for eight years.


Spirituele Openbaring


Visioenen over de Eindtijd en de Bruid van Christus


Tijdens zijn bediening in de Pine Street Mission begon de Heer Offiler uitzonderlijke openbaringen te geven over de eindtijd, de Bruid van Christus (ook wel de Bruidsleer genoemd) en de Godheid.
Deze inzichten begreep hij aanvankelijk niet volledig, maar hij groeide in de overtuiging dat de Schrift zowel letterlijk als geestelijk geïnterpreteerd moet worden.


Door voortdurende Bijbelstudie en gebed bleef Pastor Offiler nieuwe geestelijke waarheden ontvangen — leringen die richting gaven aan de kerk van de eindtijd.


Eén bijzondere openbaring kwam op ongebruikelijke wijze tot hem. Na een samenkomst in de Pine Street Mission was hij met enkele gemeenteleden in gebed.
Plotseling daalde de Geest van God neer, en zonder woorden liet de Heer hun een visueel tafereel van de eindtijd zien.
Offiler getuigde later dat hij hetzelfde visioen al eerder afzonderlijk had ontvangen, en dat deze gebeurtenis de werkelijkheid van Gods bevestiging voor hem bevestigde.


Enkele tijd daarna ontving hij bericht van een zendeling in China: op exact hetzelfde moment hadden Chinese kinderen openbaringen gekregen over de eindtijd, over Openbaring hoofdstuk 12 en de grote rode draak, onderwerpen waar zij nog nooit van hadden gehoord of gelezen.
Voor Offiler was dit een teken van de eenheid van het Lichaam van Christus, een bovennatuurlijke manifestatie die menselijke grenzen en afstanden overstijgt.


De Pine Street Mission groeide snel en de ruimte werd te klein.
De gemeente verhuisde daarom naar een nieuw gebouw aan de hoek van Seventh en Olive Street in Seattle.
De nieuwe naam werd: “Pentecostal Mission and Apostolic Assembly.


Spiritual Revelation


Visions of the End Time and the Bride of Christ


During his ministry at the Pine Street Mission, the Lord began to give Offiler remarkable revelations concerning the end times, the Bride of Christ (often called the Bridal Doctrine), and the Godhead.
At first, he did not fully understand these insights, yet he became convinced that Scripture must be interpreted both literally and spiritually.


Through continual Bible study and prayer, Pastor Offiler kept receiving profound truths and revelations, providing divine guidance for the church of the last days.


One of these revelations came to him in a most unusual way.
After a service at Pine Street Mission, he was praying with several members of the congregation when the Spirit of God descended upon them.
Without any spoken words, the Lord revealed to them a vision of the end times.


Offiler later testified that he had seen this same vision previously, confirming to him that God Himself was validating the message.


Shortly thereafter, a missionary in China wrote to report that at the very same time, Chinese children had received visions about the end times, specifically about Revelation chapter 12 and the great red dragon — truths they had never read or heard before.
To Offiler, this was a striking demonstration of the unity of the Body of Christ, a supernatural work that transcended all human and geographic barriers.


As the Pine Street Mission continued to grow, its building could no longer accommodate the crowds.
The congregation therefore moved to a new location at the corner of Seventh and Olive Street in Seattle, adopting the name “Pentecostal Mission and Apostolic Assembly.”


Een Unieke Doopformule


De Controverse rond de “New Issue” en Offiler’s Bijzondere Inzicht


In 1915 nam William Henry Offiler deel aan de tweede General Council van de Assemblies of God in St. Louis, Missouri, onder leiding van E.N. Bell.
Tijdens deze conferentie ontstond een diepgaand debat over een nieuwe leer, bekend als de “New Issue” of “New Revelation”.
Deze leer, die later bekend werd als de “Jesus Only”-beweging, stelde dat God niet drie afzonderlijke Personen is, maar één wezen dat zich openbaart als Vader, Zoon en Heilige Geest, en dat de naam van deze ene God Heere Jezus Christus is.


De controverse leidde tot een scheuring binnen de Pinksterbeweging.
De ene groep ontwikkelde zich tot wat later de United Pentecostal Church zou worden — met de nadruk op de doop “in de naam van Jezus Christus”.
De andere groep bleef de trinitarische formule uit Mattheüs 28:19 volgen — “in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.”
Deze laatsten vormden onder andere de Assemblies of God en de Pentecostal Holiness Churches.


Tijdens de conferentie ontstond er een scherpe scheiding tussen beide kampen.
Toen Offiler gevraagd werd te spreken, stelde hij aan beide zijden een indringende vraag:


Aan de trinitariërs vroeg hij: “Als ik kan aantonen waar de drie Personen van de Godheid tot uitdrukking komen in één lichaam, wilt u dat dan aanvaarden?”
Aan de eenheidsaanhangers vroeg hij: “Als ik kan laten zien waar de ene God zich manifesteert in drie lichamen, zou u daar open voor staan?”


Vervolgens sprak hij urenlang met helderheid, nederigheid en autoriteit.
Hij stelde dat beide partijen slechts gedeeltelijk gelijk hadden.
De doop “in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest” is inderdaad Bijbels correct, zoals het evangelie leert;

maar de praktijk van de vroege kerk, namelijk de doop “in de naam van de Heere Jezus Christus”, is óók juist, omdat deze de openbaring van die drie namen in één naam vervult.


Hij verklaarde:


“De naam van de Vader is Heere,
de naam van de Zoon is Jezus,
de naam van de Heilige Geest is Christus.
Daarom is de naam van de Drie-enige God:
Heere Jezus Christus.”


Voor Offiler was er geen tegenspraak in de Schrift; de harmonie van Gods Woord moest behouden blijven.
Hij wees zowel de ontkenning van de Drie-eenheid als de oppervlakkige opvatting ervan af.


Hoewel velen hem verkeerd begrepen en hem als “Jesus Only” bestempelden, bleef hij trouw aan zijn overtuiging dat God Drie-enig is, maar dat de volheid van Zijn naam geopenbaard is in Jezus Christus.


Tot het einde van zijn leven bleef hij dopen “in de naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest — dat is: de Heere Jezus Christus.”
Deze bijzondere doopformule werd kenmerkend voor de Bethel-bediening en voor de zendingswerken die daaruit voortkwamen.


A Unique Baptismal Formula


The “New Issue” Controversy and Offiler’s Distinct Revelation


In 1915, William Henry Offiler attended the second General Council of the Assemblies of God in St. Louis, Missouri, under the leadership of E.N. Bell.
During this council, a new doctrinal debate arose — known as the “New Issue” or “New Revelation.”
This teaching, later called the “Jesus Only” movement, claimed that God is not three distinct persons but one divine being manifested as Father, Son, and Holy Spirit, and that the name of this one God is the Lord Jesus Christ.


The issue led to a major division within the Pentecostal ranks.
One group eventually formed the United Pentecostal Church, emphasizing baptism “in the name of Jesus Christ.”
The other group, including the Assemblies of God and Pentecostal Holiness Churches, upheld the Trinitarian formula of Matthew 28:19 — baptism “in the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Ghost.”


As tensions grew, Offiler was invited to speak.
He first addressed both sides with two profound questions:


To the Trinitarians he asked: “If I can show where the three Persons of the Godhead are expressed in one body, will you accept it?”
To the Oneness believers he said: “If I can show where the one God manifests Himself in three bodies, will you accept that?”


Then, speaking for nearly three hours with clarity and grace, he presented a third alternative.
He argued that both sides were partially right.
Baptism “in the name of the Father, Son, and Holy Spirit” is indeed biblically correct, as commanded in the Gospels;
and baptism “in the name of the Lord Jesus Christ” is also correct, as practiced by the early Church — for it reveals the unity of those three titles within one divine name.


He explained:


“The name of the Father is Lord,
the name of the Son is Jesus,
the name of the Holy Spirit is Christ.
Therefore, the name of the Triune God is:
Lord Jesus Christ.”


For Offiler, the Scriptures could not contradict themselves; he emphasized the harmony and infallibility of God’s Word.
He rejected both the denial of the Trinity and its misinterpretation as three separate gods.


Although some accused him of being “Jesus Only,” he consistently preached that God is Triune, yet the fullness of His revealed name is Jesus Christ.

Throughout his life, he baptized believers “in the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Spirit — that is, the Lord Jesus Christ.”


This distinctive formula became a hallmark of the Bethel ministry and all mission works that flowed from it.


Assemblies of God


Onafhankelijkheid en de Vorming van de Bethel Gemeente


De controverse over de doopformule veroorzaakte niet alleen theologische verdeeldheid, maar ook organisatorische onrust binnen de jonge Pinksterbeweging.
Hoewel William Henry Offiler aanvankelijk deel uitmaakte van de Assemblies of God, begon hij zich geleidelijk te distantiëren van denominatiegebonden structuren.
Hij geloofde dat de plaatselijke gemeente autonoom moest zijn — direct geleid door de Heilige Geest en niet door menselijke bestuursraden.

Toen de leiders van de Assemblies of God weigerden ruimte te geven aan het dieper onderwijs dat Offiler ontving over de Godheid, de Bruid van Christus, en de Tabernakel, besloot hij zijn bediening voort te zetten buiten de denominatie, zonder vijandigheid, maar in volledige vrijheid.
Hij verklaarde openlijk:


“Ik verlaat geen broederschap uit bitterheid, maar uit gehoorzaamheid.
Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.”


In 1920 werd hem aangeboden om de Pine Street Mission te leiden — een gemeente die dringend behoefte had aan geestelijke herleving.
Onder zijn bediening begon er een nieuwe beweging van de Heilige Geest.
Ziekten werden genezen, mensen werden vervuld met de Heilige Geest, en velen bekeerden zich tot Christus.
Het eenvoudige houten gebouw aan Pine Street werd al snel te klein om de menigten te herbergen.


Daarom kocht de gemeente in 1922 een groter gebouw aan Broadway Avenue en gaf het de naam:
“Bethel Pentecostal Temple.”
Deze naam zou later wereldwijd bekend worden — van Seattle tot Indonesië en Nederland.


De Bethel Temple werd niet slechts een kerk, maar een bijbelschool, zendingscentrum en geestelijke voedingsbron.
Hier ontstonden de fundamenten van de Bethel-beweging:
het onderwijs over de Bruid van Christus, de Tabernakel, de volmaakte harmonie van Gods Woord, en het dooponderricht in de naam van de Heer Jezus Christus.


Offiler weigerde elke vorm van persoonlijk prestige of hiërarchisch leiderschap.
Hij zei eens tegen zijn leerlingen:


“We bouwen geen organisatie, maar een openbaring.
Het werk van de Geest heeft geen muur van stenen nodig, maar harten van geloof.”


Assemblies of God


Independence and the Birth of the Bethel Church


The controversy over the baptismal formula caused not only doctrinal disagreement but also organizational tension within the early Pentecostal ranks.
Although William Henry Offiler had initially been part of the Assemblies of God, he gradually withdrew from denominational structures.
He believed that each local congregation should be autonomous — governed by the Holy Spirit rather than by human councils.


When the leaders of the Assemblies of God refused to give room to the deeper revelations Offiler had received concerning the Godhead, the Bride of Christ, and the Tabernacle, he chose to continue his ministry independently, not in rebellion but in obedience to God.
He declared:


“I leave no fellowship in bitterness, but in obedience.
Where the Spirit of the Lord is, there is liberty.”


In 1920, he was invited to take leadership of the Pine Street Mission, a congregation in need of revival.
Under his preaching, a fresh outpouring of the Holy Spirit began.
The sick were healed, many were filled with the Holy Spirit, and souls were converted to Christ.
The humble wooden building on Pine Street soon became too small to hold the crowds.


Thus, in 1922, the congregation purchased a larger building on Broadway Avenue, naming it:
“Bethel Pentecostal Temple.”
That name would later be known worldwide — from Seattle to Indonesia and the Netherlands.


The Bethel Temple soon became more than a church — it was a Bible institute, a mission center, and a spiritual lighthouse.
From this foundation emerged the core teachings of the Bethel movement:
the revelation of the Bride of Christ, the Tabernacle, the perfect harmony of God’s Word, and baptism in the name of the Lord Jesus Christ.


Offiler rejected all forms of personal status or hierarchical power.
He once told his students:


“We are not building an organization, but a revelation.
The work of the Spirit needs no wall of stone, but hearts of faith.”


De Groeifase van de Bethel Temple (1922–1935)


Van Lokale Opwekking tot Wereldwijde Zending


Na de oprichting van de Bethel Pentecostal Temple in 1922 begon een opmerkelijke periode van groei en uitbreiding.
De samenkomsten werden gekenmerkt door een krachtige zalving van de Heilige Geest.
Honderden mensen werden genezen, vervuld en gered.
Gebedsbijeenkomsten gingen vaak door tot in de vroege uurtjes, terwijl lofzangen door de straten van Seattle weerklonken.


Pastor Offiler werd bekend om zijn eenvoudige maar vurige prediking — nooit sensatiegericht, altijd doordrongen van geestelijke diepte.
Hij legde de nadruk op heiligheid, toewijding en openbaring.
Zijn bediening trok niet alleen Amerikanen aan, maar ook immigranten uit Europa en Azië, waaronder veel Nederlandse gelovigen.


In 1923 begon hij jonge mannen en vrouwen te onderwijzen in de Schriften.
Dit groeide al snel uit tot de volwaardige Bethel Bible Training School— de basis van een onderwijsbediening die uiteindelijk zendelingen over de hele wereld zou uitzenden.
Het programma combineerde degelijke bijbelse leer met praktische bedieningstraining.
Studenten woonden vaak op het kerkterrein, deelden maaltijden, baden samen en trokken eropuit voor evangelisatie.


Uit deze kleine maar vurige gemeenschap kwamen de eerste zendelingen voort —
onder hen de families Groesbeeken en Van Klaveren, die in 1921, financieel ondersteund door Bethel Temple, naar het toenmalige Nederlands-Indië vertrokken.
Hun pionierswerk in Bali, Surabaya en Cepu legde de grondslag voor de Indonesische Pinksterbeweging, later bekend als de Gereja Pantekosta di Indonesia (GPdI).


Pastor Offiler geloofde dat het Evangelie nooit bedoeld was om in Amerika te blijven.
Hij zei vaak:


“De roeping van Bethel is niet om een grote kerk te bouwen,
maar om de wereld te bereiken met een groot Woord.”


In deze jaren ontwikkelde hij zijn inmiddels beroemde bijbeldiagrammen en profetische schema’s— visuele kaarten die de zeventig weken van Daniël, de tabernakel, en het bruiloftsmaal van het Lamverklaarden.
Deze werden onschatbare hulpmiddelen in het onderwijs en later vertaald en verspreid naar bijbelscholen in Azië, Europa en daarbuiten.


The Growth Phase of the Bethel Temple (1922–1935)


From Local Revival to Global Mission


After the founding of the Bethel Pentecostal Temple in 1922, a remarkable season of expansion began.
The services were marked by a powerful anointing of the Holy Spirit.
Hundreds were healed, filled, and saved.
Prayer meetings often continued until the early hours of the morning, while songs of worship echoed through the streets of Seattle.


Pastor Offiler became known for his simple yet fiery preaching — never sensational, always filled with spiritual depth.
He emphasized the importance of holiness, consecration, and revelation.
His ministry attracted not only Americans but also immigrants from Europe and Asia, including many Dutch believers.


In 1923, he began training young men and women in the Scriptures.
This soon developed into a full Bethel Bible Training School — the foundation of a teaching ministry that would one day send missionaries across the globe.
The program combined sound biblical doctrine with practical ministry training.
Students often lived within the church premises, sharing meals, praying together, and going out for evangelistic outreach.


From this small but burning fellowship came the first missionaries —
among them the Groesbeek and Van Klaveren families, who in 1921, supported financially by Bethel Temple, sailed to the then Dutch East Indies.
Their pioneering work in Bali, Surabaya, and Cepu laid the foundation of the Indonesian Pentecostal movement, later known as the Gereja Pantekosta di Indonesia (GPdI).


Pastor Offiler believed the Gospel was never meant to remain in America.
He often said:


“The call of Bethel is not to build a great church,
but to reach the world with a great Word.”


During these years, he developed his now-famous Bible charts and prophetic diagrams — visual maps explaining the Seventy Weeks of Daniel, the Tabernacle, and the Marriage Supper of the Lamb.
These became invaluable tools for teaching, later translated and distributed in Bible schools throughout Asia, Europe, and beyond.



De Tweede Fase – Second and Lenora (1942–1957)


De Bouw van de Nieuwe Bethel Temple en Gods Voorziening in Oorlogstijd


Na bijna twintig jaar op het adres Third and Bell te hebben gewerkt, groeide de Bethel-gemeente uit haar voegen.
De diensten zaten overvol, de galerijen puilden uit, en mensen stonden buiten om mee te luisteren.
Pastor William Henry Offiler voelde dat de tijd gekomen was voor een nieuwe stap.
Hij bad:


“Heer, de muren drukken op mij af — wij hebben een grotere ruimte nodig.”


In het begin van 1943 besloten hij en zijn vrouw drie dagen en nachten thuis te blijven vasten en bidden, totdat de Heer zou antwoorden.
Halverwege dat vasten sprak de Heer tot hem met slechts twee woorden: “Crystal Pool.”


Samen met enkele broeders — Arland Wasell, Harold Amundsen en W.W. Patterson — ging hij kijken naar het gebouw op Second Avenue en Lenora Street, dat toen nog bekendstond als Crystal Pool, een vervallen auditorium dat vroeger diende voor bokswedstrijden en sportevenementen.
Toen ze binnenkwamen, zei broeder Patterson:


“Ik denk dat dit de vloerhoogte moet worden.”
Offiler antwoordde:
“Dat is het. Dit is de plaats.”


Daar, in een kleine kamer die later het kerkkantoor zou worden, knielden ze neer en droegen het gebouw aan de Heer op.
Kort daarna werd het koopcontract ondertekend — een wonder op zich, want de eigenaar had al andere kopers in gedachten, maar God sloot hun ogen voor de mogelijkheden van dit pand.


De renovatie was een geloofsdaad.
De oorlog maakte materialen schaars en de tijden onzeker, maar de gemeente werkte dag en nacht.
Zuster Offiler’s vader kwam maandenlang helpen met timmerwerk; mannen uit de kerk werkten ’s nachts, zeventien maanden lang.
Offiler zelf, deskundig in sanitair en verwarming, werkte met zijn eigen handen aan het gebouw.


Toen ze bijna klaar waren, bleek de eigenaar geen recht te hebben gehad om het pand te verkopen.
De Union Trust and Savings Bank kondigde beslag aan — alles leek verloren.
Ze hadden al meer dan $12.000 geïnvesteerd.
Maar Offiler bad, zat op een houten balk, en vroeg God om ingrijpen.
De volgende dag gaf de bank — tegen alle logica in — een hypotheek vrij.
Dat wonder noemde hij “Gods hand op het werk.”


Toen het gebouw in 1944 werd ingewijd, was het een waar meesterwerk:
een auditorium met plaats voor bijna 2.000 mensen, een verlicht kruis aan de zijkant, en boven het podium een groot mozaïek van de zon, maan en sterren in goud, karmozijnrood en hemelsblauw — de “basiskleuren van het universum,” zoals Offiler het noemde.
Het gebouw bevatte ook kantoren, zondagsschoolruimtes, een radiostudio en een bibliotheek.


Bethel Temple groeide uit tot het spirituele centrum van de Pacific Northwest, met landelijke radio-uitzendingen via KXA Radio en een steeds groter zendingsnetwerk.
Mensen werden aangetrokken door de combinatie van nuchter onderwijs, bovennatuurlijk geloof en onmiskenbare tekenen van Gods tegenwoordigheid.


Broeder Patterson herinnerde zich later:


“We hebben hem veel dingen zien doen, maar wat God hier deed, was boven ons verstand.
Hij vertrouwde, bad, werkte — en God bevestigde het met wonderen.”


The Second Phase – Second and Lenora (1942–1957)


The Building of the New Bethel Temple and God’s Provision During Wartime


After nearly twenty years at Third and Bell, the Bethel congregation had outgrown its walls.
Every service was overflowing — balconies packed, aisles filled, and people standing outside to listen.
Pastor William Henry Offiler sensed that the time had come for expansion.
He prayed:


“Lord, the walls are closing in — we need a larger house for Your glory.”


At the beginning of 1943, he and his wife set aside three full days and nights of fasting and prayer in their home, waiting for divine direction.
Halfway through that time, the Lord spoke to him clearly: “Crystal Pool.”

Together with Arland Wasell, Harold Amundsen, and W.W. Patterson, he went to inspect the old Crystal Pool Auditorium on Second Avenue and Lenora Street, a derelict sports hall once used for heavyweight boxing matches.
When they entered, Patterson said:


“I think this should be the level for the main floor.”
Offiler replied:
“This is it. This is the place.”


In a small back room — later to become the church office — they knelt and dedicated the building to the Lord.

Soon after, the purchase contract was signed — itself a miracle, for the owner had other buyers in mind, but God blinded their eyes to the building’s potential.


Renovation began, an immense task of faith during wartime shortages.
Sister Offiler’s father volunteered for months of carpentry; men from the church worked night shifts for seventeen months straight.
Offiler himself, a master plumber and heating engineer, labored with his own hands on the project.


When construction was nearly complete, they learned that the owner had had no legal right to sell the property.
The Union Trust and Savings Bank planned foreclosure — it seemed all was lost.
Over $12,000 had already been spent.
But Offiler prayed, sitting on a timber beam, interceding before God.


The next day, in a move that defied all logic, the bank approved a mortgage.
He called it “the hand of God upon the work.”


When the building was finally dedicated in 1944, it stood as a masterpiece of sacred architecture:
a vast auditorium seating nearly 2,000, with a luminous cross to the side, and above the pulpit a brilliant mural of the sun, moon, and stars in gold, crimson, and sky-blue — what Offiler called “the basic colors of the universe.”
It included offices, Sunday-school rooms, a radio studio, and a library.


The Bethel Temple became the spiritual hub of the Pacific Northwest, with national broadcasts over KXA Radio and an ever-growing missionary network.
People were drawn by the rare combination of solid teaching, supernatural faith, and the tangible presence of God.


Brother Patterson later recalled:


“We had seen him attempt many things, but what God did here surpassed all reason.
He prayed, he worked, he trusted — and heaven responded.”









De Late Regen Beweging


In diezelfde periode begon ook de Late Regen Beweging op te komen, een beweging die enerzijds nieuw geestelijk vuur bracht, maar anderzijds ook de nodige extremen met zich meebracht. Pastor Offiler observeerde bepaalde buitensporigheden binnen deze beweging en besloot zich er daarom van te distantiëren.


Tijdens een bijeenkomst waarin hij enkele van deze praktijken zag, merkte hij met zijn kenmerkende eerlijkheid op:


“Sorry dat ik het moet zeggen, maar dit lijkt meer op late modder.”


Zijn grootste bezwaar gold het toenemende profeteren van mensen over elkaar en het te gemakkelijk toeschrijven van geestelijke gaven aan individuen, zonder geestelijke onderscheiding. In die tijd ging een veelzeggende uitdrukking rond:


“Ze leggen lege handen op lege hoofden.”


Sommigen spraken zelfs spottend over “keukenprofetie.”Het verschijnsel beperkte zich niet langer tot voorgangers; iedereen leek eraan mee te doen.


Toch bleef Pastor Offiler in zijn oordeel genuanceerd. Hij erkende dat God zelfs uit deze Late Regen Bewegingiets goeds kon laten voortkomen. Daarom veroordeelde hij het niet volledig, maar behield een nederige houding die zijn vertrouwen in Gods soevereine werking weerspiegelde.


Broeder Patterson herinnerde zich een moment tijdens een doopdienst, waarin Pastor Offiler deze houding onder woorden bracht en zei:

“Als de Heer ons tot zover heeft gebruikt, en Hij wil nu iemand anders gebruiken — gezegend zij de Naam des Heren.”


Een van degenen die door de Late Regen Bewegingwerden beïnvloed was Ray Jackson, een zendeling van de Bethel Temple die werkzaam was op Java. Uit interesse voor deze beweging reisde hij naar Canada om haar van nabij te bestuderen. Hoewel hij bepaalde leringen van de Late Regen omarmde, bleef hij trouw aan de stevige bijbelse grondslag van de Bethel Temple.


Ray Jackson zette zijn zendingswerk later voort in Japan en vervolgens in Indonesië. Samen met zijn broer Dale en zijn zus Naomi was hij een kind van Sammy Jackson, de bekende zangleider van de Bethel Temple.



The Latter Rain Movement

During the same period, the Latter Rain Movementbegan to emerge, bringing with it both renewed spiritual fervor and notable extremes. Pastor Offiler observed certain tendencies within this movement that deeply concerned him, and for that reason he chose to distance himself from it.


On one occasion, after witnessing some of its practices, he reportedly remarked with characteristic candor,


“I’m sorry to say this, but this looks more like latter mud.”


His main objection lay in the growing emphasis on personal prophecy — people freely prophesying over one another and hastily attributing spiritual gifts to individuals without discernment. A popular saying of that time captured this sentiment:


“They lay empty hands on empty heads.”


Some even referred to it mockingly as “kitchen prophecy.”The practice was no longer limited to pastors or church leaders; everyone seemed to be participating in it.


Despite his reservations, Pastor Offiler remained fair-minded. He acknowledged that even within the Latter Rain Movement, God could still bring forth genuine spiritual fruit. Thus, he refused to condemn it entirely, maintaining instead a humble posture that reflected his trust in God’s sovereignty.


Brother Patterson once recalled an incident during a baptismal service where Pastor Offiler expressed this spirit of humility, saying:


“If the Lord has used us up to this point, and now He wants to use someone else — blessed be the Name of the Lord.”


One of those influenced by the Latter Rain Movementwas Ray Jackson, a missionary from Bethel Temple serving in Java. Curious about the movement, he traveled to Canada to study it firsthand. While he embraced some of its teachings, he remained faithful to the solid biblical foundations of Bethel Temple.


Ray Jackson later continued his missionary work in Japan and eventually in Indonesia. He, along with his brother Dale and sister Naomi, were the children of Sammy Jackson, the well-known song leader of Bethel Temple.


De Leer en de Kaart der Eeuwen (1925–1950)


De Goddelijke Harmonie van Openbaring


Een van de grootste bijdragen van Pastor William Henry Offiler aan de wereldwijde Pinksterbeweging was zijn diepe, systematische openbaring van de profetische tijdperken in de Bijbel.
Zijn onderwijzingen waren niet emotioneel, maar doordrenkt met Bijbelse logica, symboliek en openbaring.
Hij geloofde dat de Heilige Geest niet alleen kracht geeft om te spreken in tongen, maar ook licht schenkt om het Woord te begrijpen.


Vanaf de jaren ’20 begon Offiler te werken aan wat hij later noemde:
“The Chart of the Ages”De Kaart der Eeuwen.
Deze enorme Bijbelse tijdlijn werd de visuele samenvatting van tientallen jaren studie en gebed.
Op deze kaart tekende hij de zeven dagen van 1000 jaar, de verbonden van God met de mens, de profetieën van Daniël, en de voltooiing in Christus.


Hij leerde dat de Schepping niet alleen zes dagen van arbeid en één dag van rust symboliseerde, maar ook het plan van God voor de mensheid:
zesduizend jaar van menselijke geschiedenis, gevolgd door een duizendjarig Koninkrijk van rust — het millennium van Christus.
Hij baseerde dit op 2 Petrus 3:8:


“Eén dag is bij de Heere als duizend jaren, en duizend jaren als één dag.”

Verder benadrukte hij dat de profetie van Daniël 9 over de “zeventig weken” verwijst naar Gods volmaakte plan van verlossing.
De eerste 69 weken verwezen naar de komst van Christus, terwijl de laatste week — verdeeld in twee perioden van 3½ jaar — verband houdt met de tweede komst van Christus en de bediening van de Bruid in de eindtijd.
Deze uitleg week af van de traditionele opvatting waarin de “vorst die komt” de Antichrist zou zijn.
Volgens Offiler verwees Daniël hier niet naar de Antichrist, maar naar Titus, de Romeinse generaal die Jeruzalem verwoestte in 70 n.Chr.


Zijn kaarten en studies, uitgegeven door de Bethel Publishing House, werden wereldwijd verspreid.
Ze dienden als basis voor duizenden preken, Bijbelcursussen en zelfs Pinksterbijbelscholen in Indonesië, Europa en Zuid-Amerika.


In 1946 publiceerde hij zijn meesterwerk:
“God and His Bible, or The Harmonies of Divine Revelation.”
Dit monumentale werk toonde hoe elke profetie, elk verbond en elk offer in het Oude Testament zijn volledige vervulling vindt in Christus — en hoe de Bruid van Christus een centraal onderdeel is van dat goddelijke plan.


Offiler’s onderwijs beïnvloedde generaties leraren, waaronder W.W. Patterson, R.E. Edmondson, en later ook F.G. van Gessel in Indonesië.
Zijn theologische erfenis werd de ruggengraat van de Bethel-beweging, die zich verspreidde tot in Nederland, waar zijn schema’s en leringen tot op vandaag bestudeerd worden.


Doctrine and the Chart of the Ages (1925–1950)


The Divine Harmony of Revelation


One of Pastor William Henry Offiler’s greatest contributions to the Pentecostal world was his profound and systematic revelation of prophetic time and divine order in Scripture.
His teaching style was never emotional or speculative — it was logical, symbolic, and Spirit-breathed.
He believed the Holy Spirit not only empowers the believer to speak in tongues, but also enlightens the mind to understand God’s Word.


From the early 1920s, Offiler began working on what would later become known as
“The Chart of the Ages.”
This vast biblical timeline became the visual summary of decades of study and revelation.
Upon it he charted the seven days of one thousand years each, the covenants of God, the prophecies of Daniel, and their ultimate fulfillment in Christ.


He taught that the Creation week itself — six days of labor and one of rest — was a divine pattern for history:
six thousand years of human striving, to be followed by one thousand years of divine rest, the millennial reign of Christ.
He grounded this teaching in 2 Peter 3:8:


“One day is with the Lord as a thousand years, and a thousand years as one day.”


He further explained that the Seventy Weeks of Daniel reveal God’s perfect timetable of redemption.
The first sixty-nine weeks point to the coming of Christ, while the final week — divided into two periods of three and a half years — symbolizes the second coming of Christ and the ministry of the Bride in the end time.
Contrary to traditional interpretations, Offiler did not identify the “prince that shall come” in Daniel 9 as the Antichrist, but as Titus, the Roman general who destroyed Jerusalem in A.D. 70.


His charts and studies, printed by Bethel Publishing House, were circulated worldwide.
They became foundational teaching tools for Bible schools, pastors, and missionaries across Indonesia, Europe, and South America.


In 1946, he published his monumental work:















“God and His Bible, or The Harmonies of Divine Revelation.
It demonstrated how every prophecy, covenant, and sacrifice of the Old Testament finds its complete fulfillment in Christ, and how the Bride of Christ plays a central role in that eternal plan.


Offiler’s teachings shaped generations of ministers — including W.W. Patterson, R.E. Edmondson, and later F.G. van Gessel in Indonesia.
His theological vision became the doctrinal backbone of the Bethel movement, spreading as far as the Netherlands, where his charts and writings continue to inspire students of prophecy to this day.

 

Pensioen periode van pastor Offler

Pastor Offiler werd hoog gewaardeerd door zijn volgelingen. Zijn geloofsleven beoefende hij actief door bidden en vasten. Tijdens de eerste jaren van zijn bediening vastte hij iedere week van donderdagavond tot zondagavond. Onder zijn leiderschap kwamen veel wonderen en bekeringen tot stand. Als leraar werd hij gerespecteerd en als prediker had hij een brede bediening.


In 1948, op de leeftijd van 73 jaar, voelde Pastor Offiler aan dat het tijd was voor een jonger persoon om de eerste positie in de kerk over te nemen. Bethel Temple droeg hij toen over aan broeder Patterson. Zijn positie als President van de coöperatie behield Pastor Offiler. Tijdens de diensten zat hij op het podium maar broeder Patterson kreeg van hem alle vrijheid.


Bijzonder was dat een aantal jaren eerder op een zondag in de Bethel Temple, Pastor Offiler broeder Patterson onverwacht naar voren had geroepen. Tegen de gemeente zei hij toen:


”Mocht er iets met mij gebeuren, dan zal deze jonge man het over nemen.”


Toen liet hij broeder Patterson knielen en bad voor hem. In 1934 werden de Pattersons als zendelingen gezonden naar Nederlands Indïe. Daar bleven ze tot de tweede wereldoorlog hun noodzaakte het land te verlaten. In 1947 keerden ze terug naar Indonesïe waar ze tot aan Pastor Offiler’s oproep om Bethel Temple te komen leiden waren gebleven.


Broeder Patterson liet weten dat in die tijd geld schaars was, het verf van de muren afkwam en dat het geofferde geld voor het kerstfeest gebruikt moest worden om de rekening van het licht te betalen. Toen de Pattersons terug waren gekomen ging Pastor Offiler wonen op de Mirror Lake gemeentegrond. Deze plek werd later ook bekend als Bethel Gospel Park. Achter het grote tabernakel gebouw stond een kerk, Bethel Chapel genaamd, waarvan Dewey Burkett de voorganger was. Op hetzelfde gebied stonden rijen nette woningen. Na zijn vertrek van Bethel Temple was Pastor Offiler ook nog tijdelijk Senior Pastor van Bethel Chapel omdat daar een nood was.


Retirement Period of Pastor Offiler


Pastor Offiler was highly respected by his followers. He lived out his faith with great devotion through prayer and fasting. During the early years of his ministry, he fasted every week from Thursday evening until Sunday evening. Under his leadership, many miracles and conversions took place. As a teacher, he was deeply respected, and as a preacher, he had a wide and fruitful ministry.


In 1948, at the age of 73, Pastor Offiler sensed that it was time for a younger man to take over the leadership of the church. He then handed over Bethel Temple to Brother Patterson, while retaining his position as President of the Cooperative. During services, Pastor Offiler still sat on the platform, but he gave Brother Patterson complete freedom to lead.


A remarkable detail is that several years earlier, on a Sunday in Bethel Temple, Pastor Offiler had unexpectedly called Brother Patterson to the front. He said to the congregation:


“If anything should happen to me, this young man will take over.”
He then asked Brother Patterson to kneel and prayed for him — a prophetic act that later came to fulfillment.


In 1934, the Pattersonshad been sent as missionaries to the Dutch East Indies. They served there until the Second World War, when they were forced to leave the country. In 1947, they returned to Indonesia, where they remained until Pastor Offiler called them back to Seattle to take charge of Bethel Temple.


Brother Patterson later testified that the situation at that time was difficult: money was scarce, the paint was peeling off the walls, and the offering money for the Christmas celebration had to be used to pay the electricity bill.


After the Pattersons returned, Pastor Offiler moved to the grounds of the Mirror Lake congregation, which later became known as Bethel Gospel Park. Behind the large Tabernacle building stood a church called Bethel Chapel, pastored by Dewey Burkett. On the same property stood rows of tidy homes for church members and workers.


After stepping down from Bethel Temple, Pastor Offiler also served temporarily as Senior Pastor of Bethel Chapel, as there was an urgent need for spiritual leadership at that time.









Bron-vermelding (documentatie onderzoek):

  • Interview Rev. W.W. Patterson, de opvolger van W.H. Offiler, op 2 juni 1981
  • "The Emergence And Development Of A New Breed Of Classical Pentecostal", Paul R. Berube.
  • Diverse edities van "Pentecostal Power", "Seattle Post-Intelligencer" en "Let Light Shine Out".
  • "The Story Of The Assemblies of God in de Pacific Northwest", M. Ward Tanneberg.
  • De herinneringen van Dick Benjamin
  • GPdI (Gereja Pantekosta di Indonesia) GPdIWorld.US
  • Historical Society of Federal Way
  • Bethel Fellowship International
  • The Bethel Bugle
  • Puget Sound Theatre Organ Society
  • Bethel Pinskterkerk Nederland